vrijdag 21 april 2017

'Vijfde Bond-film voor Daniel Craig'

Volgens de Spaanse fansite Archivo 007 staat Daniel Craig op het punt zijn contract voor Bond 25 te ondertekenen. Dat baseren de Spaanse collega's op basis van een anonieme maar betrouwbare bron binnen de Bond-productie. Zouden zij die bron niet vertrouwen, dan hadden zij het gerucht niet naar buiten gebracht, klinkt ongeveer hun verdediging.


De bron, waarvan Archivo 007 via via heeft vernomen, is nauw betrokken bij het creatieve proces rond de nieuwe Bond-film. Het nieuws over Craigs contract betreft niet zijn eigen contract, maar dat van zijn stuntdubbel (Ben Cooke?), waaruit de bron opmaakt dat Craig binnenkort ook wel zal ondertekenen.

Sinds gisteren lijkt, na meer dan een jaar mediastilte, dat het productieproces van Bond 25 langzaam op gang komt. Eon Productions voert gesprekken met vijf potentiële partners, ofwel filmstudio's waarvan één de nieuwe Bond-film moet gaan distribueren. Zolang dat niet rond is (en dat geldt in principe sinds Spectre in 2015 in de bioscoop verscheen waarmee het contract met Sony Pictures na vier films ten einde kwam) heeft het geen enkele zin om over Daniel Craig of diens mogelijke opvolger te beginnen. Want zolang er geen film in voorbereiding is, heeft niemand een 007 nodig.


Goed, nu dat met die filmstudio's aan de gang lijkt, is het niet onlogisch dat er ook met Craig wordt gesproken en het niet lang meer hoeft te duren voordat het officiële nieuws binnenkort luidt: 'Daniel Craig terug in Bond 25'. Voor die tijd scharen we het officieel nog even onder het kopje onofficieel...

Ook met dank aan Markos Kontze van James Bond Brasil!

donderdag 20 april 2017

The Battle for Bond

Vier grote en één kleine filmstudio strijden momenteel om de distributierechten van Bond 25. Volgens The New York Times gaat het om een one picture deal, dus alleen om de komende Bond-film. In de race zijn: (oud-partner) Sony, Warner Bros., Universal, 20th Century Fox en het bescheiden Annapurna. Twee andere grote studio's, Paramount en Disney, zijn niet van de partij.


Volgens de krant doet iedere studio zijn uiterste best een goede indruk te maken op Eon-opperhoofd Barbara Broccoli. Zo heeft Sony dinsdag een pitch van een uur gehouden in een nagemaakte set van Dr. No, de film waar het in 1962 allemaal mee begon. Foto's van die geheime bijeenkomst zijn meer dan welkom! Want welke set zullen ze gekozen hebben?

Zonder distributeur geen Bond-film. Dat is mede de oorzaak waarom we nu al tijden wachten op een beetje zinnig nieuws over Bond 25.

Eon Productions en mede-eigenaar van James Bond MGM zijn met z'n tweeën niet in staat een film te distribueren, daar hebben ze nog een derde partij voor nodig. Voor de laatste vier films hadden ze die gevonden in Sony, maar die deal is na vier films verlopen. Waarom ze niet gewoon verder gaan met Sony, is een goede vraag. De filmstudio bleek een uiterst lucratief partner, want Sony bekostigde de helft en ving maar een kwart van de opbrengsten.



Nu legt dat met een megaklapper als James Bond beslist geen windeieren, want succes verzekerd, dus Sony had in dat opzicht geen klagen. Toch zijn Eon en MGM blijkbaar erg benieuwd wat de andere studio's voor Bond over hebben. En wat Sony betreft; zoveel pijn zal die manke deal niet gekost hebben, ze staan immers weer vooraan in de rij, note bene op een set van Dr. No...

The New York Times vraagt zich in het artikel terecht af waarom de andere vier studio's zo geïnteresseerd zijn in 007.

Zoals eerder vermeld: aan James Bond kun je geen buil vallen. In een tijd waar successen schaars zijn, is het voor iedere studio meer dan welkom een instant hit binnenshuis te hebben. Voor het kleine Annapurna Pictures (Her, American Hustle, Sausage Party) geldt dat ze met een Bond-deal wereldwijd gelijk op de kaart staan.

Dus wordt het weer Sony, een buitenbeentje of één van de ander drie reuzen? De mooiste setreplica zal de doorslag moeten geven. Hopelijk gauw meer nieuws hierover en dan gaan met die banaan!

zondag 16 april 2017

Secret agent!? On whose side!?

Clifton 'Sheriff Pepper' James overleden


Voor de één een komisch element uit de filmserie, voor de ander een regelrechte stoorzender: Sheriff J.W. Pepper. Hoe dan ook, de aanwezigheid van de luidruchtige diender in de eerste twee James Bond-films met Roger Moore heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten. Gisteren is zijn vertolker, Clifton James, op 96-jarige leeftijd overleden.


Roger Moore reageerde via Twitter direct op het nieuws:

Terribly sad to hear Clifton James has left us. As JW Pepper he gave my first two Bond films a great, fun character.

James (Clifton dus) speelde de tegenhanger van de de stiff upperlip-Bond van Moore. De redneck-sheriff met zijn bolle kop, aanhoudend kauwend op zijn pruimtabak. In zijn aanwezigheid kreeg je direct sympathie voor de nieuwe 007, of je nu wilde of niet. Het kolderieke personage paste binnen de wereld van James Bond die we met de toetreding van Roger Moore kregen voorgeschoteld.

'Secret agent!? On whose side!?'
Live and Let Die (1973)

'Now, I know you! (...) You're that secret agent! That English secret agent from England!'
The Man with the Golden Gun (1974)

Sheriff Pepper was blijkbaar zo succesvol na zijn eerste optreden in Live and Let Die (1973) dat hij de volgende keer in The Man with the Golden Gun (1974) weer mocht komen opdraven. Was het de eerste keer nog in zijn eigen habitat, Louisiana, dat hij Bond tegen het lijf loopt, de tweede keer op een onlogische locatie, op vakantie in Bangkok, waar hij even later nog onlogischer opduikt in een autozaak om een testritje te maken met een nieuwe AMC Hornet.

Juist op dat moment stapt, hoe toevallig, Bond in om de achtervolging op Scaramanga in te zetten. De stunt die volgt, die met de spiraalsprong, wordt ondanks het trekfluitje en de aanwezigheid van de schreeuwende sheriff, gezien als één van de hoogtepunten uit de film.



Hoewel Clifton James werd geboren in Spokane, in het noordwestelijke Washington, en het grootste deel van zijn leven woonachtig is geweest in New York, kreeg hij in zijn loopbaan vaak de rol van luidruchtige zuiderling toebedeeld, onder meer in de klassieker Cool Hand Luke uit 1967, met Paul Newman en die eieren. Na zijn tweemalige James Bond-optreden deed hij zijn Pepper-achtige rol nog eens dunnetjes over in Silver Streak (1976) en Superman II (1980).

Naast zijn film- en tv-werk stond James ook geregeld op de planken. Het toneel bleef zijn grootste liefde.


Clifton James trouwde tweemaal. Zijn tweede echtgenote overleed in 2015. In totaal had hij zes kinderen, veertien kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. Hij overleed aan de gevolgen van diabetes.

vrijdag 14 april 2017

Honderd jaar Barry Nelson

Zondag is het de honderdste geboortedag van Barry Nelson, ofwel James Bond de eerste. In weer een andere versie van Casino Royale, die van 1954, een nagenoeg vergeten tv-aflevering in de serie Climax!


Ware het niet dat een krappe tien jaar later James Bond ineens scoorde met Dr. No en die ene aflevering van Climax! een leuke Triviantvraag werd. Want niet Sean Connery, maar de Amerikaan Barry Nelson was de eerste James Bond.


Ik herinner mij Nelson vooral als hotelmanager Stuart Ullman in Kubricks The Shining (1980). Naast tal van tv-optredens, Broadwayshows en na Casino Royale slechts een handvol films, heeft Nelson weinig noemenswaardigs gedaan.

Voor wie de 1954-versie van Casino Royale nog nooit gezien heeft, klik hieronder. Voor een live-show(!) is het lang niet slecht. Naast Nelson zien we Peter Lorre als een prima Le Chiffre (let met name op 48:35 waar hij moet hebben gedacht dat de camera niet op hem gericht stond), de half Nederlandse Linda Christian als Valerie Mathis en Michael Pate als een Britse Clarence Leiter.



De laatste tv-credit voor Barry Nelson dateert uit 1990. Hij overleed op 7 april 2007 op 89-jarige leeftijd, negen dagen voor zijn negentigste verjaardag. Tot nu toe nog steeds de oudste James Bond-vertolker. Roger Moore hoopt dat record in oktober in te halen...

dinsdag 11 april 2017

The Look of Love

Vijftig jaar Casino Royale, die van Charles K. Feldman


Als er één ding na vijftig jaar overeind is gebleven van Casino Royale uit 1967, is het de muziek van Burt Bacharach, de rest is op zijn zachts gezegd een rommeltje.


Deze week precies een halve eeuw geleden verscheen deze rariteit onder de Bond-films (als we de prent dit predicaat mogen geven) in de bioscopen. Nederland volgende overigens pas in december van dat jaar. Dit is hoe de kranten destijds oordeelden:

Spektakelstuk van allure


Casino Royale is een groot circus

Charles K. Feldman laat zijn met sterren overladen „Casino Royale” eindigen met een chaos van kleuren, vechtende, schaterlachende mensen en enkele elkaar gelukwensende James Bonds. Een derde, het neefje van de hele echte, van Sir James Bond, loopt zijn atoompil af te tellen en als het ding in zijn maag ontploft gaat de hele troep floep de lucht in.

Ze krijgen vleugeltjes — de nare Bond ook per vergissing maar dat wordt gecorrigeerd — en leven nog lang en gelukkig in de hemel. Een symbolisch slot: Feldman heeft een eenzame Bond gevonden in de roman van lan Fleming, de filmrechten van de andere Bondboeken zijn in handen gekomen van Harry Salzman die haastig Dr. No heeft gemaakt. Een van de vele gevolgen was dat Feldman later de Bond-figuur met al zijn attributen niet meer kon gebruiken.

Casino Royale bleef liggen tot het publiek Bond-minded was. Toen werd het idee uitgevoerd om achter de titel van de roman een film te bouwen die wel op Bond zou zijn geïnspireerd maar meer ook niet. Zo is Casino Royale ontstaan, een spektakelstuk van allure.

Er is een staf regisseurs, scenaristen en dure acteurs aan te pas gekomen om deze film inhoud en tempo te geven. Het resultaat is een verzameling geparodieerde Bondavonturen met veel vrouwelijk schoon die geheel voldoet zolang Feldman de kolder sec vakkundig bedrijft.

Als hij, wat meermalen gebeurt, toch de echte Bond imiteert, blijft de film vanzelfsprekend beneden het gewenste peil want onmiddellijk gaat de toeschouwer dan toch vergelijken. En dan moet Feldman het afleggen tegen Harry Salzman.

Oer-Bond

De sterren: David Niven als de oer-Bond, zijn neef Bond Woody Allen, Peter Sellers als Bond nummer 1 en zijn tegenspeler in de film Orson Welles als Le Chiffre, Ursula Andress als de vrouwelijke 007, Jean Paul Belmondo, Deborah Kerr, Terence Cooper komen uiteraard slechts zelden tot prestaties welke van hen worden verwacht op grond van hun reputatie.

Zij verdwijnen voor een deel in de massa. Dat is niet zo erg, want er staat telkens weer een andere grootheid klaar om de taak „vermaak het publiek’ over te nemen. Casino Royale is een groot circus en daarmee bedoelen we beslist geen kwaad te zeggen. Een goed circus is een fantastisch ding om zich te vermaken.

Feldman goochelt uitstekend met zijn gadgets, er zijn waarachtig enkele nieuwe en van prima kwaliteit bij. Zijn grappen zijn voor een groot deel uit het arsenaal van de Sennet-periode en Feldman wil dat best weten; af en toe is zijn film een puur stukje nickelodeon. En het publiek zal dat wel weten te waarderen, het is een eenvoudige humor van man tot man.

MENNO HIELKEMA
Het Vrije Volk, 22 december 1967

David Niven en Ursula Andress

Casino Royale: gekste Bond-film ooit gemaakt

Superlatieven schieten tekort bij het schrijven over de nieuwste James Bond in Casino Royale. Het is de Bond met de meeste Bonds, de meeste dure acteurs en de meeste regisseurs, die ooit is gemaakt. Of het ook de duurste is, durf ik niet te zeggen, maar ver er vanaf kan het in elk geval niet zijn. Zeker is het de gekste Bond, die ik ooit heb gezien, in deze zin dan dat de gekheid opzettelijk is en geen gevolg van slechte smaak bij de makers van de film. Duidelijk is de opzet eens en voor altijd af te rekenen met de Bond-mythe op een wijze, die de toeschouwer met pijn in de buik van het lachen de bioscoop doet verlaten.

Het is moeilijk te zeggen of die opzet volledig is geslaagd. Ik voor mij vond het allemaal zo nu en dan wat teveel worden: als je voortdurend moet lachen krijg je kramp in je kaken en dan is de lol er gauw af. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Fleming, maar het gegeven is wel zozeer op zijn essentialia uitgebeend, dat het er nog slechts als een uiterst summier aangegeven rode draad doorheen loopt. Daardoor is Casino Royale een nogal warrig geheel geworden, waar zo nu en dan geen touw aan vast te knopen valt.

Het verhaal, voorzover het in woorden weer te geven valt: de chefs van de geheime diensten van de Grote Vier hebben er genoeg van, dat Smersh (de onafhankelijke spionageorganisatie, die in alle Bondverhalen 007's tegenstandster vormt) voortdurend hun spionnen uitroeit en besluit de hulp in te roepen van de enige echte Bond. Dat blijkt een nogal excentriek gentleman te zijn, die op een buitenissig buiten yogaoefeningen afwisselt met mijmeringen over zijn laatste geliefde Mata Hari en het spelen van Debussy „totdat het te donker is om de toetsen van de piano nog te zien”.

In tegenstelling tot de pseudo-Bonds, die wij in alle vorige films te zien hebben gekregen is deze Bond een uiterst kuis heer, die er nog zeer romantische ideeën op na houdt.

Hoe hij erin slaagt Smersh ditmaal schaakmat te zetten, moet u zelf maar gaan zien. Wel wil ik hier nog noteren, dat de film volgepropt is met een ongelooflijk aantal vondsten. Tot de uitschieters daarvan behoort het gedeelte, dat zich in Berlijn afspeelt. De Smersh-spionageschool met zijn prachtig surrealistisch decor hoort stellig tot de hoogtepunten van de film.

Casino Royale — ik zei het al — is gemaakt door een groot aantal regisseurs, van wie dan in de eerste plaats John Huston moet worden genoemd, die ook zelf een rol meespeelt. David Niven is een kostelijke antieke en preutse 007, Peter Sellers een prachtige beroepsgokker en Woody Allen zeker de krankzinnigste van alle kwade geniussen, die ooit in Bondfilms hebben gefigureerd.


A. t. O.
Nieuwsblad van het Noorden, 22 december 1967

Ursula Andress en Peter Sellers

GEKKE Bond
 
Tja, of dit de echte James Bond is ... een halve gare is hij zeker. Hij beweert de originele te zijn, als Sir James op een Engels buiten te rusten op zijn spionage-lauwren, nogal verbitterd omdat ze zijn beroemde naam gegeven hebben aan een onverlaat die hij een sexmaniak vindt. Hij keert terug in de dienst en zal eens laten zien dat hij het vak niet verleerd is en geen behoefte heeft aan die malle apparatuur en trucages die zijn verachte jonge collega wel gebruikt, showbink die hij is.

TROEP

Zijn trekken zijn dan duidelijk anders: niet he-man Sean Connery verschijnt in beeld maar in „Casino Royale” opereren de droogkomieken David Niven, Peter Sellers en Woody Allen onder code 007. Er wordt op een luxueuze manier dan ook een flinke troep van gemaakt, met slapstick, een crazy-show en grappen, soms leuk, soms erg flauw. Ze hangen als een serie gekke (en dure) invallen nogal onlogisch aan elkaar en hun som is een wel aardige film. Het is overmoedig maar best plezierig om met het gezag van 007 eens de draak te steken.


Henk ten Berge
De Telegraaf, 22 december 1967

David Niven en Barbara Bouchet

Daliah Lavi en Woody Allen

Vijf maal JAMES BOND: verbazingwekkend spektakel

JAMES BOND is zo dood als een pier. Hij is aan het opblazen van zijn eigen legende bezweken. Dat betreft dus DE cinematografise beststeller van de laatste jaren en dat wil zeggen dat de fameuze held allerminst een rustig sterfbed gegund is. Tot en met zijn allerlaatste kik moet hij nog mee en het is op die conditie, dat men hem op zijn laatste benen kan gadeslaan.

Casino Royale, de nieuwste Bond is overigens geen echte, want van een andere firma, die de befaamde titelrolvertolker niet op de betaalrol heeft. Om in dit welhaast onoverkomelijk gemis te voorzien, werd teruggegrepen op de dolste kunstgrepen. Niet één Bond treedt aan, maar wel een stuk of vijf! De ware blijkt nu achteraf Sir James Bond B. te zijn geweest, een onvergetelijke veteraan, nog uit de grote tijd van Mata Hari. Bij die legendarische vrouwelijke spion heeft deze zuivere figuur, die sterk blijkt neer te kijken op de „sexuele acrobaat”, die zijn naam misbruikt, nog indertijd een dochter weten te verwekken.


Voor die dochter is een belangrijke rol in de film weggelegd, naast een hele rij nep-Bonds.


Casino Royale moest nu kennelijk de allergrootste en allesovertreffende parodie worden op het geheimeagententhema. Een dol spectakel, waarbij waarlijk niet op een dubbeltje werd gekeken.


Zo is er een film ontstaan als een kerstboom, vol bonte krullen, veel engelenhaar, maar ook zonder duidelijk voor- en achterkant. De duurste sterren lopen erin rond alsof het allemaal niets kost. Orson Welles, Peter Sellers, Ursula Andress, David Niven, Woody Allen, Daliah Lavi, John Hutson en ook nog even Jean-Paul Belmondo.


Een vijftal regisseurs is aangetreden, waaronder ook Huston.


De beslissende en pijnlijke vraag bij een dergelijk alles of niets spectakel is of het nu ook leuk geworden is. Het antwoord op die vraag is: een beetje. Er zijn enkele heel komische scènes, maar voor de rest wordt door al die hevige toestanden eerder de verbazing dan de lachlust geprikkeld.


A. de L.
 De Waarheid, 22 december 1967

Orson Welles als Le Chiffre

De laatste James Bond

DIT IS een James Bond-film geschikt om aan alle Bond-films een einde te maken. Waren de oorspronkelijke films over de geheim agent 007 bedoeld als louter krachtpatserij en persiflage van een lang beoefend genre, en ware de navolgers — van James Tont tot Matt Helm — vooral komische lachertjes — „Casino Royale” verbindt alle tot nu toe vertoonde genres en vertoont nog meer. Een overdaad aan filmsterren van klasse, een logische situaties een veelvoud van opeenstapeling van de dolste, ook onvrouwelijk schoon — en waren we op dit punt al niet verwend?


Eén bezwaar: de film heeft niet minder dan vijf regisseurs en vertoont daardoor een ratjetoe van stijlen met zulke overdadige interieurs dat het echt te veel wordt. Er wordt verder weinig moeite gedaan in het verwarde verhaal althans enige lijn te brengen. Maar kom — u ziet de enige echte James Bond (tegenwoordig Sir ...) met zijn dochter — ook die van ... Mata Hari — de meest bizarre avonturen beleven en u maakt een oorverdovend, daverend, sensationeel filmslot mee zoals u nog niet hebt gezien. Een echte Kerstfilm? Nee. Maar zeker heel plezierig amusement.
De Tijd, 22 december 1967

zaterdag 8 april 2017

Quantum-acteur Tim Pigott-Smith overleden

De Britse acteur Tim Pigott-Smith is gisteren onverwacht overleden. Pigott-Smith had een kleine rol als minister van Buitenlandse Zaken in Quantum of Solace (2008). Hij is 70 jaar geworden.


In Nederland werd Pigott-Smith vooral bekend door de veertiendelige serie The Jewel in the Crown, door de VARA uitgezonden in de lente van 1984 als De parel in de kroon, met hoofdrollen voor onder meer Charles Dance uit For Your Eyes Only en Art Malik uit The Living Daylights, een verhaal over de laatste jaren van het Engelse kolonialisme in India. Pigott-Smith werd voor zijn rol in deze serie beloond met een BAFTA.

In Quantum of Solace heeft hij een kort optreden als minister van Buitenlandse Zaken die M op het matje roept omdat haar agent James Bond zijn boekje weer eens te buiten is gegaan. Hij is bang dat 007 is overgelopen naar de vijand en eist dat zijn baas hem terugroept.


In zijn onderhoud met M spreekt hij de onsterfelijke woorden:

If we refused to do business with villains we'd have almost no one to trade with.

Tim Pigott-Smith speelde in zijn vijftigjarige carrière in talloze film-, toneel- en tv-producties, zoals Doctor Who, Midsomer Murders, Silent Witness en Downton Abbey

Eerder dit jaar werd hij nog geëerd met een OBE. Maandag zou hij aan een nieuwe theatertour beginnen met het stuk Death of a Salesman.

donderdag 6 april 2017

Gemma Arterton zou rol in Bond-film nu afslaan

Voormalig Bond-girl Gemma Arterton uit Quantum of Solace (2008) zou vandaag de dag een rol in een Bond-film afslaan. Dat zegt de actrice in de Evening Standard.

Gemma Arterton als agent Fields samen met Daniel Craig als James Bond

Arterton is niet bijzonder trots op haar vroegere werk, de James Bond-film waarin zij bijna tien jaar geleden te zien was, niet uitgesloten. Ze nam het werk vooral aan om te mógen acteren. Het werken aan Quantum of Solace heeft ze overigens, als 21-jarige vers van de toneelschool, wel als plezierig ervaren. Maar op de vraag of ze een rol als Bond-girl opnieuw zou aanvaarden, is haar antwoord resoluut 'nee'.

De 22e Bond-film uit de reeks, de tweede met Daniel Craig in de hoofdrol, wordt algemeen gezien als een zwakkere aflevering. De film lijkt in de loop der jaren beter gewaardeerd, zo ervaart ook regisseur Marc Forster in een interview van vorig jaar, waarin hij aangeeft dat hij eigenlijk met het project had willen stoppen.

Naar mijn mening is het optreden van Arterton juist één van de troeven van de film. Haar performance is pittig, leuk en opvallend. En de manier waarop zij aan haar einde komt, is een regelrecht eerbetoon aan een klassieker. Een rol waar zij zich beslist niet voor hoeft te schamen.

Olie is het nieuwe goud, het einde van agent Fields