woensdag 6 juli 2011

Louis Armstrong (1901 — 1971)

Vandaag veertig jaar geleden overleed de legendarische jazztrompettist Louis Armstrong. Armstrong werd in 1969 door componist John Barry gekozen om het door hem en Hal David geschreven nummer We Have All the Time in the World voor On Her Majesty's Secret Service te zingen. Het werd een van Armstrongs laatste opnamen. Louis Armstrong overleed op 6 juli 1971 op 69-jarige leeftijd.


„Satchmo” in slaap overleden

NEW YORK, woensdag

Louis Armstrong, de veelzijdige jazztrompettist en zanger, is gistermorgen in zijn slaap aan een hartaanval overleden. Begin mei werd hij uit het Beth-Israël-ziekenhuis in New York ontslagen na hersteld te zijn van een zware hartaanval.

Een week na zijn ontslag uit het ziekenhuis stond hij weer op de planken in een t.v.-show van David Frost, waar hij met Bing Crosby oude nummers zong. Zondag vierde Satchmo zijn 71e verjaardag* en bij die gelegenheid verklaarde hij tegen journalisten dat hij weer trompet speelde en van plan was weer op te gaan treden.

Louis Armstrong te midden van John Barry en Hal David (1969)

Satchmo leeft voort zolang er jazz is

LOUIS ARMSTRONG heeft nooit een eretitel gekregen, maar was onbetwist een van de grootsten, die de jazz-wereld heeft gekend. Armstrong: een kleine beminnelijke man, met een groot gevoel voor humor, dat typerend was voor zijn spel, de blues en de jazz tot lang na de beginperiode. Zelden ook heeft iemand de jazz zo beïnvloed als „Satchmo" heeft gedaan. Zijn Invloed ging verder dan de trompet, strekte zich uit tot de piano en zelfs vocaal heeft hij grote invloed uitgeoefend. Hij is de uitvinder van de „scat-vocal", een uitsluitend uit klanken bestaande zang.

Uit 1925 stamt zijn eerste plaatopname, waarop hij ook vocaal te horen is: een grove, schorre stem van uitzonderlijke, natuurlijke schoonheid. In dat jaar had hij zijn eerste band, toen alleen nog voor de plaat: „Louis Armstrong and his Hot Five".

Louis Armstrong's jeugd is het klassieke verhaal van de arme stadsneger uit de achterbuurten die door schade en schande wijs wordt en zijn scholing voornamelijk krijgt in het gesticht, al kwam dit bij de kleine Armstrong door een noodlottig toeval.

Tehuis

Op oudejaarsavond vuurde hij met een oud pistool enkele schoten af en prompt verdween hij in een tehuis voor verwaarloosde kinderen. Daar maakte hij voor het eerst kennis met de kornet en speelde hij in de brass-band van de school. Met tegenzin verliet hij in 1914 het tehuis.

In New Orleans, meer dan welke stad in Amerika verbonden-met de jazz, werd Louis Armstrong op 4 juli 1900* geboren. Hij bleef er tot 1922. ln dat jaar vroeg zijn grote voorbeeld Joseph „King" Oliver hem naar Chicago te komen om als tweede kornettist in zijn groep te spelen. De jonge Louis zou gauw zijn meester overtroeven.

Chicago werd het nieuwe centrum toen op last van de marine de kroegen en bordelen, de bakermat. van de jazz, in New Orleans gesloten werden. Voor Armstrong zich daar vestigde had hij gespeeld bij trombonist Kid Ory, in het orkest van pianist Fate Marable en vooral op de riverboats, die de Mississippi bevoeren.

Hot Seven

Lilian Harding, King Oliver's pianiste, leerde Armstrong het noten lezen. In 1923 trouwde hij met Lil en op haar aanraden vertrok hij naar New York, nadat in 1925 Oliver's groep ontbonden werd. Hij hield het er één jaar uit en keerde terug naar Chicago.

Zijn aanhang was toen al zo groot, dat een platenmaatschappij hem vroeg een eigen groep te formeren. Armstrong breidde de „Hot Five" uit tot de „Hot Seven" en maakte daarmee een van zijn mooiste opnamen: „Potato Head Blues". Joe Claser (met zijn hulp kon Satchmo een eigen groep oprichten) werd zijn manager en is dat gebleven.

Armstrongs stijl had zich inmiddels drastisch gewijzigd. Technisch beheerste hij zijn instrument perfect en hij was de eerste, die met een oude bandtraditie brak; hij trad meer en meer op de voorgrond en de band naar de achtergrond. In 1929 keerde Louis terug naar New York. In 1932 maakte hij zijn eerste toernee door Europa, met een uit Europese musici samengestelde groep.

Aan het eind van de jaren dertig raakte de door zijn persoonlijk spel vermaarde trompettist op de achtergrond. De „swing" had zijn intrede gedaan, met aan de top de „King of Swing": Benny Goodman.

Louis' spel werd in die dagen steeds spectaculairder, het showelement, kwam erbij evenals de commercie. Zijn grootste successen zou hij dan ook beleven na de tweede wereldoorlog met zijn „All Stars", een zes man sterke formatie.

Bestormd

Hij bezocht verschillende keren ons land. In 1952 zorgde Armstrong zelfs voor een ongekende sensatie. Het Amsterdamse Concergebouw werd bestormd door duizenden enthousiasten die op alle mogelijke manieren de zaal probeerden binnen te dringen. Louis Armstrong liet zich toen kennen als een sympathieke man en een boeiend verteller.

Dat hij steeds meer het commerciële pad opging is begrijpelijk. Armstrong wist dat hij zich niet meer kon vernieuwen. Louis Armstrong trad op in een tiental films, waaronder kortgeleden nog de musical „Hello Dolly" met Barbara Streisand, en is de auteur van het schitterende boekje „Satchmo, My Life in New Orleans."

Hulde

In Nederland zou hij ten slotte een van de mooiste momenten uit zijn leven meemaken. In 1959 haalde Ben Essing hem naar Blokker, waar duizenden hem zo'n spontane hulde brachten dat „Satch" snikkend zei: „Dit zal ik nooit vergeten". Zo lang er jazz gespeeld wordt, zal ook Louis „Satchmo" Armstrong niet vergeten worden.

BOB SINKELER.
De Telegraaf, 7 juli 1971

*Armstrong werd op 4 augustus 1901 geboren en overleed op 69-jarige leeftijd

Geen opmerkingen: